Deze keer ga ik verder met dieren die goed tegen hitte kunnen. Het dier dat ik natuurlijk wel moet bespreken is de kameel.

De kameel komt voor in Noord-Afrika, Midden-Oosten en Azië. Ze leven daar in hete gebieden, voornamelijk in de woestijn.

De kameel zijn schofthoogte kan wel 2 meter hoog worden en kamelen kunnen wel 700 kilo wegen. Het is dus een behoorlijk groot dier. Kamelen hebben een dikke vacht dat de extreme hitte en extreme kou buiten houdt. Dat is erg belangrijk, want s’nachts kan het vriezen in de woestijn. Wat ook heel handig is dat kamelen lange wimpers hebben en de neusgaten kunnen sluiten. Als er dan een zandstorm is komt er geen zand in de neusgaten en de ogen terecht.

Kamelen kunnen goed overleven in de hitte, want ze kunnen lang zonder water. Pas al de lichaamstemperatuur boven de 40°C komt verliezen de kamelen wat vocht. Kamelen kunnen in een keer 100 liter water drinken waarvan maar liefst 60 liter in een minuut. Van uitdroging geen sprake dus. Daarnaast kunnen kamelen ook goed tegen voedseltekort. In de bulten wordt vet opgeslagen, waar gebruik van wordt gemaakt bij voedseltekort.

Kamelen leven in kuddes. In een kudde is maar een mannetje aanwezig. Dit mannetje zal met de vrouwtjes in de kudde paren. De bronstijd is van december tot april. In deze tijd zijn de vrouwtjes onrustiger en de mannetjes agressiever. De dracht van een merrie (vrouwelijke kameel) duurt ongeveer 400 dagen. Na die tijd wordt er 1 jong geboren. Het jong weegt bij geboorte tussen de 30 en 60 kilo. Na de geboorte wacht de moeder totdat het diertje geluid maakt en dan gaat ze het jong helpen. Na 1 uur kan het jong lopen.