Het nieuwe weetjes thema is dieren die goed tegen warmte kunnen. Deze week bespreek ik de struisvogel.

De struisvogel is de grootste en snelste loopvogel. Mannetjes struisvogel worden meestal tussen de 1,9 en 2,1 meter groot en kunnen 155 kilo wegen. Vrouwtjes worden vaak iets kleiner en lichter. Deze vogel heeft grote, sterke poten waarmee ze wel 70 km/per uur kunnen rennen. De mannetjes hebben zwarte veren en aan het uiteinde witte veren. De vrouwtjes en jonkies hebben grijze veren en eveneens aan het uiteinde witte veren. De kop, nek en poten zijn grijs van kleur bij zowel het mannetje als het vrouwtje.

De struisvogel komt voor in de Sahel, dat ligt ten zuiden van de Sahara. Ze leven op savannes, halfwoestijnen en de woestijn zelf. Ze kunnen goed overleven in deze warme gebieden omdat de struisvogel veel water in een keer kan drinken, goed water kan opslaan en weinig water verbruikt.

In het paarseizoen gaan de mannetjes vechten om de vrouwtjes. Om de vrouwtjes voor zich te winnen voeren de mannetjes een baltsdans uit. Dan hurkt het mannetje door zijn poten, spreidt zijn vleugels uit en beweegt zijn nek heen en weer. Het mannetje kan uiteindelijk een harem hebben van 7 vrouwtjes. Een van deze vrouwelijke vogels is het alfavrouwtje en legt als eerste eieren. Het mannetje en het vrouwtje nemen samen de broedzorg op zich. Als er een roofdier in de buurt komt kan de struisvogel opmerkelijk gedrag vertonen, zoals op de grond gaan liggen zodat ze minder opvallen. Struisvogels maken niet echt een nest. De eieren liggen op de grond in een soort uitgeschraapt stuk. De vrouwtjes leggen ongeveer 10-15 eieren. Een struisvogelnest kan echter bestaan uit meer dan 40 eieren. Dat komt doordat de andere vrouwtjes van het mannelijke struisvogel ook de eieren in het nest leggen. Het broedende dier kan echter maar 20 eieren bedekken en dus komen veel eieren niet uit. De niet uitgekomen eieren worden opgegeten door hyena’s en jakhalzen. De andere eieren worden uitgebroed na 40 tot 45 dagen.
Jonge kuikens verlaten het nest na 3 dagen en komen dan in een soort crèche terecht.

De struisvogel is een omnivoor. Ze eten grassen en kruiden, bladeren en vruchten. Maar ook kleine diertjes zoals hagedissen en kikkers.